Geplaatst op 14 december 2015
Door pietdeloof


InspiratieOnderweg


Wist u dat Enrico Caruso – de tenor, de legende – meermaals in Oostende optrad? Ik alleszins niet, voor ik het boek van Patrick Spriet las.

Caruso was de eerste operasuperster van de 20ste eeuw, met in zijn koffer 60 operarollen en minstens even veel Napolitaanse liederen. Hij maakte in 1902 de allereerste opname op grammofoon (deels de verklaring voor zijn zich snel verspreidende faam) en de rol van Dick Johnson werd door Puccini op zijn lijf geschreven. Die opera, La Fanciulla del West, ging eind 1910 in première in New York.

Enkele maanden eerder vertoefde Caruso aan de Belgische kust, niet voor het eerst overigens. Ook zijn boezemvriend was in de buurt, Pasquale Amato, een intussen vergeten bariton die net als Caruso uit Napels afkomstig was en op de première van La Fanciulla del West de rol van Jack Rance zou zingen. Ook Amato gaf aan de kust een recital. Rond hun optredens ontspon zich meer dan één intrige, waarin onder meer de Oostendse schilder Leon Spilliaert een verrassende rol speelde.

Bruggeling Patrick Spriet vermengt in Caruso waarheid en verzinsel in een verhaal dat te veel fictie bevat om een historisch werk te zijn, maar anderzijds ook te veel (ware) feiten bevat om helemaal fictief te worden genoemd. Het resultaat is een merkwaardige maar vermakelijke mix waarin Spriet het mondaine leven aan de Belgische kust van honderd jaar geleden met heel veel kleur tot leven brengt. En ons uiteraard naar YouTube en Spotify jaagt om Caruso nog eens te beluisteren.

Caruso, Patrick Spriet, uitgeverij Flanor, 2013, 121 blz.


Caruso204 Enrico_Caruso_VII