Geplaatst op 4 september 2015
Door pietdeloof


BlogInspiratieOnderweg


De jaarlijkse Festspiele in Bayreuth zijn het oudste en meest mythische operafestival ter wereld. Tickets kosten er al snel 320 euro en het is dringen om binnen te geraken. Zien en gezien worden, of ligt de focus toch op de voorstelling?

“Wahn! Wahn! Überall Wahn!” Het citaat uit een Wagner-opera staat op het T-shirt van een man op een terras, verdiept in het libretto van Lohengrin. Dit is Bayreuth en het is augustus, wanneer het duffe Duitse provinciestadje wordt bezet doormelomane pelgrims. Het zijn de dagen van de Bayreuther Festspiele, een twintigtal uitvoeringen van Wagner-opera’s in het theaterdat de componist hier liet bouwen om zijn opera’s in ideale omstandigheden te laten uitvoeren. De eerste keer was in 1876, toen de volledige Ring-cyclus er in première ging. Het begin van een pseudo-religieuze cultus.

Bij een cultus horen mythes. Dat je gemiddeld tien jaar op de wachtlijst moet staan voor een kaartje, bijvoorbeeld. Dat was tot voor enkele jaren ook echt zo. Van de 500.000 schriftelijke aanvragen voor tickets werd 10 procent ingewilligd. 90 procent van de aanvragers kreeg een beleefd kaartje terug: ‘Leider nicht’. Heel wat tickets gingen naar Wagner-verenigingen, evenementenbureaus en bevriende clubjes uit de high society. In die tijd een ticket bemachtigen was te vergelijken met een gouden ticket voor Willy Wonka’s chocoladefabriek vinden. Sinds 2011 is het simpeler. Toen oordeelde de Duitse overheid dat minstens 40 procent via losse verkoop beschikbaar moest zijn. Een ingrijpende maatregel, het begin van meer transparantie, minder mythe, maar meer populariteit bij jongere adepten. Lees: jonger dan 40.

 Onder de arm van de pelgrims hét onmisbare Bayreuth-attribuut: een kussentje

Ikzelf kocht het ticket via het Vlaams Wagner Genootschap. Voor de beste plaatsen betaal je 320 euro. Ja, dat is duur, maar niet zo veel meer dan een ‘Full Madness Pass’ voor een weekend Tomorrowland (262,50 euro) en veel minder dan het vip-arrangement van 482 euro. Het zou niet de eerste keer zijn dat de vergelijking met Tomorrowland opkomt.

In Bayreuth naar de opera gaan is een dagvullende activiteit. Al kort na de middag verschijnen de eerste smokings en galajurken in het straatbeeld. De galaschoenen gaan mee in een tas; voor de wandeling naar de Groene Heuvel trek je beter sneakers aan. Onder de arm van de pelgrims hét onmisbare Bayreuth-attribuut: een kussentje – de houten stoelen in het Festspielhaus zijn ongenadig voor de rug. Om 15 uur zwermen de meeste van de 2.000 toeschouwers al in de buurt. De voorstellingen beginnen om 16 uur. Een Wagner-opera duurt al snel een uur of drie en er zijn twee pauzes van telkens een uur.

Het dozijn zaalwachters kijkt roerloos de zaal in en brengt iedereen tot zwijgen

Het is een kwestie van zien en gezien worden. Een verlepte diva in een doorzichtig rood kleed paradeert opzichtig over het terrein. Ze krijgt concurrentie van een dandy in een wit pak, metaan zijn arm een vrouw met een parasol. vrouw met een parasol.Er zijn ook twintigers met tattoos, wereldvreemde eenzaten, gezinnen met tienerdochters in hun eerste galakleed, als steltenlopers balancerend op hoge hakken. Door de vlottere ticketverkoop is er een jonger en meer verscheiden publiek dat zich met selfies en Instagram-foto’s aan de wereld toont. Vijftigers en zestigers moeten niet onderdoen: ze hanteren hun smartphone met ongeziene virtuositeit – volgend jaar de eerste selfiestick?

Tien minuten voor het begin verschijnen koperblazers op het balkon. De zaal loopt vol, het fotograferen begint opnieuw. De hele constructie van het gebouw is van hout, de orkestbak is overdekt zodat het orkest onzichtbaar is. Dat wilde Wagner zo, voor de beleving en voor de klank. De illusie moest compleet zijn. Met succes. Het orkest klinkt donkerder en nooit zodanig luid dat de zangers overstemd raken.

Geen rood pluche hier: spartaanse houten stoelen. Er is geen airco. Vooraan werpt een zaalwachter zich in de baan van een flitsende gsm – het tere interieur wordt met bijna militaristische argwaan bewaakt. Exact om 16 uur gaan de zijdeuren dicht. Het dozijn zaalwachters kijkt roerloos de zaal in en brengt iedereen tot zwijgen. Geen gefluister, zelfs geen gekuch. Dit zal het stilste en meest gedisciplineerde operapubliek blijken dat ik ooit heb meegemaakt.

Het cliché wil dat tijdens de pauzes in Bayreuth de Fransen flirten, de Duitsers bier drinken en de Engelsen zich in het libretto verdiepen. In realiteit trekt iedereen naar het restaurant, de zelfbedieningstoog of een kraampje voor een worst of pretzel. Nergens anders zie je zo veel chic volk met een hotdog in de hand. 5,5 euro voor een hotdog, 4 euro voor een frisdrank. Vrouwen drinken halve liters mee.

Nergens gedrum. Nooit heb je de indruk dat hier 2.000 man loopt. Gezelschappen – oma’s incluis – vlijen zich wat onwennig neer ophet grasplein voor het Festspielhaus. Festivalsfeertje. “Er is hier veel veranderd”, spreekt een onbekende naast en blijkbaar ook tot mij. Een zestiger die een laatste stuk braadworst doorspoelt met champagne. “En er zal nog veel veranderen.” Het klinkt als een onheilstijding. Bayreuth staat op een scharnierpunt.

Gezelschappen – oma’s incluis – vlijen zich wat onwennig neer ophet grasplein voor het Festspielhaus.

Sinds het ontstaan worden de Festspiele geleid door afstammelingen van Richard Wagner, die vaak zelf ook producties regisseren. Na de Tweede Wereldoorlog stond Wolfgang Wagner aan het hoofd, hij maakte het festival tot een conservatief bolwerk dat steunde op zijn historische fundamenten, ook qua ensceneringen. Na zijn dood kwam dochter Katharina, een dilettante, volgens de diehards. Zij zien het allemaal met lede ogen aan: jetsetdirigent Christian Tielemann die deze zomer een halve coup pleegde; in zijn zog volgt de komende jaren wellicht nog meer bekend volk. Zij zien hoe Bayreuth dezelfde evolutie zal doormaken als moderne operahuizen twintig jaar geleden. Ze zien ook hoe het gecontesteerde Lohengrin nu geestdriftig wordt toegejuicht met een halfuur durende staande ovatie.

Bayreuth heeft aan mythe ingeboet, maar zeker niet aan aantrekkingskracht van een nieuw en jonger publiek: de Bayreuther Festspiele kunnen zomaar het Tomorrowland van de opera worden.

(Verschenen in De Morgen op 31 augustus 2015)

aaaDSC_0078 kopie